Lees hieronder alle schrijfsels zonder betaalmuur:
focusartikels, literatuuroverzichten, ervaringen, opiniestukken, boekbesprekingen en biografieën.
Blijf op de hoogte van elke update en meer via de Engelstalige nieuwsbrief.
Lees hieronder alle schrijfsels zonder betaalmuur:
focusartikels, literatuuroverzichten, ervaringen, opiniestukken, boekbesprekingen en biografieën.
Blijf op de hoogte van elke update en meer via de Engelstalige nieuwsbrief.
De herontdekking van een Gallische god verbonden met de taxusboom
In 1969 werd in het Henegouwse dorpje Macquenoise een monoliet uit zandsteen gevonden tijdens opruimingswerken aan de oever van een oude vijver. De grofweg pilaarvormige steen van 1,4 m hoog en 0,5 m breed maakte deel uit van de ophoging van een dijkstructuur. Het gesteente van de monoliet blijkt van lokale origine: het specifieke type arkose zandsteen werd al voor de Gallo-Romeinse periode vlakbij gekapt. Men ontdekte snel dat de steen antropomorfe inkervingen had. De vondst kwam in een archeologische collectie terecht, om bijna twintig jaar vergeten te worden.
De Iverix steen, nu te vinden in het Musée du Malgré-Tout (Treignes, BE)
De keltoloog Claude Sterckx (Université Libre de Bruxelles) publiceerde in 1994 de tot nog toe enige gedetailleerde studie over dit enigmatische object. De monoliet zelf blijkt een neolithische menhir (ca. 5.300 – 3.000 v.C.) te zijn, maar Sterckx bevestigt dat de veel later aangebrachte inkervingen stammen uit de Gallo-Romeinse tijd die begint met de verovering van Gallië door Julius Caesar tussen 58 en 51 v.C.
We zien een mensachtige figuur met kap en tuniek, een kruik (of beurs?) in de linkerhand, en rechts een slang die naar de kruikopening toebuigt. De kleding is typisch Gallisch en vertoont gelijkenissen met genii cucullati, een klasse lokale godheden die verband houden met vruchtbaarheid, genezing, voorspoed en mogelijk de onderwereld. Zowel de slang als het beeld in zijn geheel zijn sterk fallisch van aard. De ‘slang en kruik’ is een gekend Keltisch motief geassocieerd met viriliteit, maar ook met de dood en wedergeboorte. Het standbeeld vertegenwoordigt dus waarschijnlijk een god van leven en dood.
Detailfoto's van de inkervingen
Hoewel de Galliërs oorspronkelijk hun goden bijna niet afbeeldden en geen eigen schrift hadden, zijn ze dit vaker gaan doen onder Romeinse invloed, en namen ze uiteindelijk ook het Latijnse alfabet over. Toch is het uitzonderlijk dat op de achterkant van het standbeeld de letters IVIIRICCI ingekerfd werden. Sterckx interpreteert het woord als een naam in datiefvorm die bestaat uit twee delen: IVII moet gelezen worden als Ive-, RICCI is afgeleid van -rix. Het resultaat is “aan/voor Iverix”. Iverix betekent letterlijk koning (denk aan het Latijnse “rex”) van/bij de taxus. Iverix is de taxusgod.
Waarom was de taxus of venijnboom (Taxus baccata L.) zo belangrijk en zelfs goddelijk in en ver voorbij de Lage Landen? Het zou ons te ver leiden om dit hier uiteen te zetten (zie volgende post!), maar laten we beginnen met een citaat van onze goede vriend Julius Caesar:
Vertaling door Vincent Hunink: Oorlog in Gallië, 2009, p. 196
Op de sluwe, imperialistische en sterk politiek gekleurde woorden van Caesar zullen we nog meermaals terugkomen. De vetgedrukte zin uit De Bello Gallico (boek VI, hoofdstuk 31) werd in het verleden vaak geïnterpreteerd als zelfmoord door middel van taxusgif, hoewel hier nergens expliciet sprake van is. Vertaler Vincent Hunink blijft dichter bij de oorspronkelijke tekst en laat hiermee ruimte voor alternatieven zoals ophanging. Het is aannemelijk dat Caesar zelfophanging insinueerde als een onmannelijke, verachtelijke dood om zijn vijand Catuvolcus verder te kleineren. Dat de taxus soepele takken heeft waaraan het lijk zou komen te bungelen, is misschien zelfs een zwartgallige kers op de taart.
Toch borduren verschillende historici en taalkundigen verder op een dieper verband tussen de Eburonen en de taxusboom, waarbij de zelfmoord van Catuvolcus als een bewuste en ritueel betekenisvolle handeling wordt gezien. Eburones wordt nog vaak vertaald als “volk van de taxus”, met als enige sterke argument dat het gelijkende Oudierse ibar inderdaad meestal – maar zeker niet altijd – “taxus” betekent, en teruggaat op de proto-vorm *eburos.
Er zijn vele Keltische persoons- en plaatsnamen teruggevonden op het Europese vasteland afgeleid van de proto-Keltisch plantennaam *eburo(s), zelfs een god Eburos uit Noord-Centraal Spanje. Maar gedetailleerd onderzoek door keltoloog Peter Schrijver (Universiteit Utrecht) maakt duidelijk dat deze hoogst waarschijnlijk niet steevast naar taxus verwijzen. Het Hoogduitse Eber-esche licht een tipje van de sluier op. Eber-esche staat voor lijsterbes (Sorbus aucuparia L.), en het eerste element van dit woord werd waarschijnlijk – met die originele betekenis – ontleend van Continentaal Keltisch. Ik bespaar jullie de complexe etymologische uiteenzetting. De conclusie is dat *eburo- oorspronkelijk lijsterbes was, en dat het proto-Keltische *iwo- (Welsh yw, Oudiers éo, Gallisch iuos) het enige woord was voor taxus in deze taal. Zowel taxus als lijsterbes zijn bomen met roodachtige eetbare vruchten (hoewel taxuszaden wel giftig zijn). Deze semantische link zorgde er blijkbaar voor dat in verschillende Indo-Europese talen de oorspronkelijke term voor lijsterbes werd overgedragen op andere planten met rode “bessen” zoals taxus, en ook omgekeerd, wat het allemaal erg ingewikkeld maakt! Het blijft dus ook gissen naar de betekenis van de stamnaam Eburonen, waarbij ook een andere favoriete hypothese die de link legt met het everzwijn op erg losse schroeven staat. De naam verwijst hoogst waarschijnlijk naar een plant. Misschien zijn de Eburonen wel “het volk van de lijsterbes”?
Ondanks dit alles blijft het duidelijk dat taxus een uitzonderlijke heilige boom was voor zowel Kelten als Germanen, maar dat is voer voor het volgende overzichtsartikel. Als uitsmijter en om toch even de connectie te maken met de dag van vandaag, presenteer ik jullie nog de Caesarsboom, een eeuwenoude taxus uit Vlaanderen.
Bij de ingang van de laatmiddeleeuwse Westpoort van Lo (West-Vlaanderen) staat de zogenaamde Caesarsboom. Ja, weer onze geliefde genocidale overheerser! De historische boom van naar schatting 250 jaar is een beschermd monument. Het is één van de oudste gekende taxussen van Vlaanderen, met een stamomtrek van 2,8 meter. Een schilderij uit de achttiende eeuw beeldt reeds een taxus af op deze plaats in volle wasdom, wat aangeeft dat de huidige boom een voorganger had.
Geschiedschrijvers vermeldden al op het op einde van de zestiende eeuw dat er op de huidige markt van Lo een Romeinse kampplaats zou geweest zijn. Dit werd nooit archeologisch bevestigd, maar agrarische verkavelingen uit die tijd werden wel gevonden in en rond het huidige centrum van het dorp.
De legende dat Caesar zijn paard aan deze boom vastbond om eronder een dutje te doen tijdens zijn doortocht naar Brittannië, wordt voor het eerst schriftelijk vermeld door de historicus Jean-Baptiste Gramaye in 1612. Gramaye was historiograaf aan het hof van Albrecht VII (1559–1621), de aartshertog van Oostenrijk en soeverein van de Zuidelijke Nederlanden samen met Isabella. Ondanks – of dankzij – het legendarische karakter van deze anekdote staat deze taxus nog steeds symbool voor het Gallo-Romeinse verleden van Lo.
De
Caesarsboom. Westpoort van Lo, 2007
(Foto door Carolien Coenen voor ArcheoNet Vlaanderen, CC BY-NC-SA 2.0)
Misschien is het tijd om de Caesarsboom op een andere manier te bekijken, nu we Iverix herontdekt hebben? Ik zie het wel zitten om een kleine pelgrimstocht in te richten om de oude boom een bezoekje te brengen. Het is best wrang dat deze taxus vernoemd werd naar een Romeinse kolonisator die bloederige oorlogscampagnes leidde en het einde van Gallische zelfbeschikking veroorzaakte. Maar het blijft een mooie boom, en een boeiend stukje folklore…
Hunink, V. 2010. De dood van Catuvolcus: over Caesar, Gallische oorlog 6, 31. Kelten 48, 5–8.
Schrijver, P. 2015. The meaning of Celtic *eburos, in: Oudaer, G., Hily, G., Le Bihan, H. (Red.), Mélanges en l’honneur de Pierre-Yves Lambert. TIR, Rennes, 65–76.
Sterckx, C. 1994. Ivérix: un dieu belge méconnu? Ollodagos VI, 255–273.




